Gubbio en de kunst van collectieve overgave

mei 14, 2026

Gubbio en de kunst van collectieve overgave

5,4 min read

Ga mee op reis

Ontvang een klein stukje Italië in je inbox.

Deel deze notitie

Een wedstrijd die geen wedstrijd mag heten

Op 15 mei verandert het middeleeuwse stadje Gubbio in iets wat zich moeilijk laat vangen in één woord.

Drie enorme houten constructies, de Ceri, elk bijna vier meter hoog en opvallend slank, worden door groepen mannen door de stad gedragen en vervolgens in volle vaart de steile berg op gerend, richting de basiliek bovenop de Monte Ingino. Bovenop elke Cero staat een heilige. Officieel draait het om devotie, traditie en eer, maar er is meer.

Want wie er eenmaal tussen staat, merkt al snel dat er een tweede laag doorheen loopt, eentje die zich niet laat aankondigen, maar die overal voelbaar is.

De spanning zit niet alleen in de dag zelf, maar in alles wat eraan voorafgaat. In de weken en maanden van oefenen, waarin de ceraioli hun passen op elkaar afstemmen, hun ritme zoeken, hun lichamen langzaam laten wennen aan een gewicht dat niet alleen fysiek is. Er wordt gelopen, herhaald, gecorrigeerd, opnieuw begonnen. Niet omdat het moet, maar omdat het zo hoort.

Dit zijn geen mannen die zo maar iets dragen. Dit zijn wijken, families, dit is geschiedenis die zich niet laat onderbreken.

Drie groepen, elk herkenbaar aan hun kleur en hun heilige:

  • Geel voor Sant’Ubaldo, de beschermheilige van de stad, symbool van stabiliteit en verbondenheid
  • Blauw voor San Giorgio, de drakendoder, symbool van kracht en moed
  • Zwart voor Sant’Antonio, de beschermer van dieren en het land, symbool van eenvoud en zorg

De volgorde ligt vast, de route ook. En toch zit er in elke beweging iets dat schuurt. In de manier waarop er gekeken wordt, hoe er net iets dichter op elkaar gelopen wordt dan strikt noodzakelijk, hoe niemand hardop zegt dat het ertoe doet, maar iedereen zich ernaar gedraagt.

Wat er op het spel staat, laat zich niet benoemen, maar iedereen voelt het. Op de dag zelf verandert de lucht. De geur van hout, opgewarmd door handen en zon, mengt zich met die van zweet en wijn, die al vroeg wordt geschonken en zonder veel ceremonie wordt gedronken. Niet als ontsnapping, maar als voorbereiding. Alsof het lichaam eerst los moet komen voordat het zich volledig kan overgeven.

En dorst krijg je vanzelf! Niet een beetje, maar het soort dorst dat ontstaat wanneer je op een warme dag, samen met een uitbundige menigte, achter de Ceri aan de berg op rent. Je zweet, je hijgt, je vraagt je halverwege af waarom je ooit dacht dat dit een goed idee was, en toch blijf je doorgaan.. Gelukkig staan er in elke bocht karren of tafels. Waar je, heel praktisch, geen water kunt kopen, maar wel wijn. In plastic waterflessen, dat dan weer wel. Het is warm, je rent je een ongeluk, en dus wordt die wijn gedronken alsof het water is. Grote slokken, zonder nadenken. Achteraf een interessant concept, maar op dat moment volkomen logisch.

De stemmen zwellen aan en vervagen tegelijk, lossen op in een geroezemoes waarin woorden hun betekenis verliezen en plaatsmaken voor ritme. Voor beweging, voor iets wat je niet meer hoeft te begrijpen om er deel van uit te maken.

Wie uit Gubbio komt, verdwijnt die dag een beetje in het geheel. Niet omdat hij er niet meer is, maar omdat hij er juist volledig is. Alsof de grens tussen individu en groep tijdelijk oplost en plaatsmaakt voor iets collectiefs dat alleen bestaat zolang het wordt gedragen.

Wie van buiten komt, blijft altijd een beetje aan de rand. Ik stond daar ooit zelf, jaren geleden, samen met mijn ouders en twee vrienden, aanvankelijk nog keurig aan de zijkant, in de veronderstelling dat ik iets ging bekijken.

Totdat de Ceri in beweging kwamen. Zonder aankondiging, zonder duidelijke overgang, begon de massa te stromen en voor ik het wist liep ik niet meer naast het geheel, maar er midden in. Ik rende mee, achter de Ceri aan, meegetrokken door iets dat geen richting leek te hebben en toch precies wist waar het heen ging.

De hitte sloeg tegen me aan, het geluid van voeten op steen, het geduw, het gelach, de stemmen die zich vermengden tot één groot geheel waarin niemand meer individueel te onderscheiden was. Mijn ademhaling werd zwaar, mijn benen begonnen te protesteren en ergens halverwege realiseerde ik me dat stoppen geen optie meer was. Met mijn tong op mijn schoenen bereikte ik uiteindelijk de top. En terwijl ik daar stond, half uitgeput en volledig aanwezig, wist ik één ding zeker: dit was geen moment dat je begrijpt. Dit was een moment dat je ondergaat en, vooral, voelt.

Wanneer de Ceri bewegen, kantelt alles. De spanning die zich heeft opgebouwd, vindt een uitweg in een plotselinge, krachtige versnelling. Lichamen zetten zich af, handen corrigeren, schouders vangen op. Wat eerst nog gecontroleerd leek, verandert in een beweging die tegelijk chaotisch en precies is. En ergens in dat geheel wordt voortdurend gemeten.

Niet openlijk, niet uitgesproken, maar onmiskenbaar aanwezig. In wie voorop loopt, in hoe dicht men bij elkaar blijft, in dat ene moment waarop duidelijk wordt wie de leiding neemt zonder dat iemand het benoemt.

Onder de religieuze laag schuilt nog iets anders.Lang voordat heiligen hun plaats kregen op deze houten, draagbare constructies, draaide het leven hier om vruchtbaarheid, om de cyclus van het land, om de noodzaak dat de aarde blijft geven. De vorm van de Ceri, hoog en uitgesproken, heeft ertoe geleid dat sommigen ze interpreteren als een echo van oudere, mogelijk fallische symboliek. Geen vaststaand feit, maar een gedachte die blijft hangen, juist omdat ze ergens iets raakt wat zeer aannemelijk lijkt.

Met de komst van het christendom veranderde het verhaal, maar niet het lichaam. Waarschijnlijk is dat precies de reden waarom het nog steeds werkt.

In Noord-Europa zijn we gewend geraakt aan afstand. Aan het idee dat we eerst moeten begrijpen voordat we meedoen, dat alles een structuur, een doel en een uitkomst nodig heeft. Hier bestaat ruimte voor iets anders. Voor intensiteit, voor overgave, voor het soort betrokkenheid dat niet vraagt om uitleg, maar om aanwezigheid.

Dit is wat de Ceri laten zien. Niet dat er niets op het spel staat, maar juist dat er zoveel op het spel staat dat het geen naam meer nodig heeft. Dat er momenten bestaan waarop je niet bezig bent met winnen of verliezen, maar met opgaan in iets dat groter is dan jezelf.

En dat juist in die overgave, ergens tussen hout, wijn, zweet en eeuwenoude ritmes en tradities, een vorm van betekenis schuilt die zich niet laat plannen, maar alleen laat ervaren.

Yvette

Soms ben je geen toeschouwer, maar ben je onderdeel van iets groters dan jezelf. Je denkt dat je alleen even komt kijken en voor je het weet ren je mee, buiten adem, met stof op je schoenen en een verhaal dat nog lang blijft nazinderen.

In Lavender Notes schrijf ik over dit soort momenten in Italië: over tradities, tegenstellingen, geschiedenis en de kleine ervaringen die onverwacht iets wezenlijks blootleggen.

Wil je vaker met me meelopen door Italië, tussen verwondering, humor en reflectie? Dan ben je van harte welkom om je te abonneren!

En als je vindt dat dit soort verhalen het waard zijn om te blijven bestaan, kun je mijn werk ook steunen. Zie het als een glas wijn in een plastic waterfles, een espresso aan de bar, of een stuk pizza na een lange klim bergop.

Alles mag, niets moet. Dank je wel!