Welkom in het echte Italië! Sorry voor het ongemak…

juli 11, 2026

Welkom in het echte Italië! Sorry voor het ongemak…

10 min read

Ga mee op reis

Ontvang een klein stukje Italië in je inbox.

Deel deze notitie

Een zomerse botsing tussen la dolce vita en de werkelijkheid

Het is half juli. Ergens op een heuvel in Toscane wordt een luik opengeduwd en kijkt een vakantieganger uit over een landschap waarvoor thuis maandenlang is gewerkt, gespaard en verlangd. De ochtendzon valt over de olijfbomen, in de verte ligt een dorpje tegen de heuvel geplakt en op het terras staat een cappuccino naast een boek dat, als alles volgens plan verloopt, deze vakantie eindelijk eens uitgelezen zal worden. Geen verkeer, geen agenda, geen haast. Alleen stilte.

En dan start de buurman zijn bosmaaier. Niet even, uiteraard. Een Italiaanse bosmaaier wordt niet gestart om een bescheiden polletje gras te verwijderen. Zo’n apparaat wordt gestart met een missie. Er moet terrein worden heroverd op de natuur en kennelijk is half acht ’s ochtends daarvoor een uitstekend tijdstip. Binnen enkele minuten is de zorgvuldig opgebouwde Toscaanse droom veranderd in een geluidsdecor dat doet vermoeden dat ergens achter de cipressen een klein vliegveld wordt aangelegd.

Welkom in het echte Italië! Sorry voor het ongemak…

Ik zie het ieder jaar opnieuw gebeuren, vooral in juli en augustus, wanneer Umbrië en Toscane zich vullen met mensen die hier komen zoeken naar iets wat thuis kennelijk schaars is geworden: rust, eenvoud, schoonheid en tijd. Ze komen voor kronkelwegen tussen de cipressen, oude stenen huizen, slaperige dorpen, een glas wijn bij zonsondergang en die moeilijk te definiëren Italiaanse levenskunst waarvan niemand precies weet wat zij inhoudt, maar waarvan iedereen zeker weet dat hij er dringend meer van nodig heeft.

Ik begrijp dat verlangen maar al te goed. Na al die jaren in Italië kan ik nog steeds ontroerd raken door een heuvel die ik al honderd keer heb gezien, door het avondlicht op de muren van een oud dorp of door de geur van warme aarde vlak na een zomerse regenbui. Er zijn momenten waarop ik denk dat de ansichtkaarten nog bescheiden zijn geweest.

Alleen woont er achter die ansichtkaart dus iemand. Iemand met een tractor. En die moet ergens naartoe.

Dat is wellicht de eerste botsing tussen het gedroomde Italië en het bewoonde Italië: vakantiegangers verlangen naar authenticiteit, maar liefst een vorm van authenticiteit die zich een beetje aan hun vakantieplanning houdt. We willen de boer, maar niet wanneer hij met zijn tractor voor ons rijdt op een smalle provinciale weg waar inhalen alleen mogelijk is voor mensen die hun testament onlangs nog hebben bijgewerkt. We willen olijfgaarden, maar vergeten gemakshalve dat olijfbomen onderhoud vragen. We houden van wijngaarden, zolang er geen landbouwmachines door het uitzicht bewegen. We vinden een dorpsfeest onweerstaanbaar authentiek, tot blijkt dat de plaatselijke feestcommissie beschikt over luidsprekers waarmee zonder veel moeite ook Noord-Afrika bereikt kan worden.

De kerkklokken zijn natuurlijk prachtig. Ze horen erbij. Ze geven ritme aan het dorpsleven, verbinden heden en verleden en hebben generaties lang de tijd aangegeven aan mensen die geen horloge nodig hadden. Alleen jammer dat ze soms ook om zes uur ’s ochtends vinden dat jij deel moet nemen aan die historische continuïteit.

En dan hebben we het nog niet over de honden gehad. Op het Italiaanse platteland woont altijd ergens een hond die ’s nachts een verantwoordelijkheid voelt die zijn menselijke huisgenoten allang hebben opgegeven. Hij bewaakt iets. Wat precies, weet niemand. Misschien een oude Fiat Panda, misschien drie kippen, misschien de westerse beschaving. Maar hij neemt zijn taak serieus en iedere vallende olijf, passerende vos of gedachte aan een wild zwijn wordt luidkeels gemeld aan de hele vallei.

Toch is het opmerkelijk hoe selectief onze liefde voor het authentieke kan zijn. We boeken een eeuwenoude boerderij en zijn vervolgens teleurgesteld wanneer de muren niet kaarsrecht zijn. We willen dikke natuurstenen gevels, houten balken en terracotta vloeren, maar ook een wifi-signaal waarmee vier kinderen tegelijk kunnen streamen, twee volwassenen kunnen videobellen en iemand bij het zwembad probleemloos de Formule 1 kan volgen. We verlangen naar afzondering, maar vragen na aankomst meteen waar de dichtstbijzijnde supermarkt is en kijken licht geschokt wanneer blijkt dat die twaalf minuten rijden is. Twaalf minuten! Door een landschap waarvoor je een vliegticket boekt.

Nog interessanter wordt het wanneer er iets stukgaat. Dan blijkt slow living een prachtig concept zolang de airconditioning werkt. Een vakantieganger kan wekenlang vooraf vertellen hoezeer hij verlangt naar het tragere Italiaanse leven, naar minder stress, minder klok, minder Noord-Europese controledrang. Maar zodra op zondagmiddag om kwart over twee de zwembadpomp een vreemd geluid maakt, verandert de bewonderaar van la dolce vita verrassend snel in crisismanager van een middelgrote NAVO-operatie. “Can someone come today?” Vandaag. Op zondag. In juli. In Umbrië. Ik bewonder dat optimisme.

Hetzelfde geldt voor restaurants. We willen kleine familietentjes waar de nonna nog in de keuken staat en recepten worden gebruikt die al vijf generaties van moeder op dochter zijn doorgegeven. Maar wanneer datzelfde restaurant op dinsdag gesloten blijkt omdat de familie kennelijk ook af en toe wil zitten, eten of elkaar in stilte wil haten zoals iedere normale familie, ontstaat verwarring. “Maar op Google staat dat ze open zijn.” Dat kan best. Google woont hier niet.

En misschien zit precies daar een groot deel van de wrijving tussen het Italië waarnaar we verlangen en het Italië dat we ter plaatse aantreffen. Niet in dat gesloten restaurant zelf, of in die zwembadpomp die uitgerekend op zondagmiddag besluit het tijdelijke voor het eeuwige te verwisselen, maar in onze oprechte verbazing wanneer de werkelijkheid zich niet aan het vooraf bedachte plaatje houdt. We zijn gekomen voor spontaniteit, eenvoud en een leven dat zich minder door klok en agenda laat regeren, maar verwachten ondertussen wél dat openingstijden kloppen, reserveringen bevestigd worden en problemen bij voorkeur nog vóór het aperitief zijn opgelost.

Het is verleidelijk om daar lacherig over te doen, zeker voor iemand zoals ik, die beroepsmatig genoeg vakantiegangers en buitenlandse huiseigenaren heeft meegemaakt om er meerdere boeken mee te vullen. Sommige mensen zouden zichzelf vermoedelijk al op pagina drie herkennen en de rest uitsluitend nog doorlezen om te controleren wat ik verder over hen heb opgeschreven. Of zij daar ooit daadwerkelijk de kans toe krijgen, laat ik vooralsnog in het midden. Laat ik volstaan met de geruststellende mededeling dat ik geen problemen heb met het veranderen van namen. Aan goede verhalen sleutel ik liever zo min mogelijk.

Maar helemaal eerlijk zou dat niet zijn, want wij doen dit allemaal wanneer we reizen. We stappen niet met een leeg hoofd uit een vliegtuig of auto; we nemen een complete verzameling verwachtingen mee, zorgvuldig opgebouwd uit herinneringen, films, boeken, reisprogramma’s, foto’s en verhalen van anderen. Nog voordat we ergens aankomen, hebben we vaak al besloten hoe die plek hoort te voelen.

Voor Italië is dat beeld uitzonderlijk hardnekkig. Het is eeuwenlang opgebouwd uit schilderijen, reisverslagen, films, romans, advertenties en inmiddels miljoenen zorgvuldig gekadreerde foto’s op sociale media. De Britse en Noord-Europese elite trok tijdens de Grand Tour al vanaf de zeventiende en achttiende eeuw naar Italië op zoek naar kunst, beschaving, ruïnes en een warmer, zinnelijker leven. Later kwamen de romantici, de schrijvers en de filmmakers. In onze tijd kwamen Instagram en de vakantieverhuurplatforms, en daarmee kreeg het oude verlangen een nieuw filter.

Het resultaat is een Italië waarin de was altijd schilderachtig wappert, maar nooit in de weg hangt. Waar oude mannen op een bankje uitsluitend levenswijsheden uitwisselen en nooit klagen over hun prostaat. Waar de marktkoopman met verweerde handen tomaten verkoopt die naar vroeger smaken, maar niemand zich afvraagt hoe laat hij is opgestaan om zijn kraam op te bouwen. Waar een nonna verse pasta maakt in een zonovergoten keuken en kennelijk nooit rugpijn heeft, belasting betaalt of ruzie krijgt met haar schoondochter.

We willen geen echt Italië. We willen een Italië dat echt vóélt. Dat verschil is groter dan het lijkt. Het echte Italië van Centraal-Italië is namelijk niet alleen cipressen, wijn en zonsondergangen. Het is ook een postkantoor waar je drie kwartier wacht terwijl niemand precies begrijpt waarom loket twee gesloten is. Het is een weg die maandenlang opengebroken blijft en waar op een dag plotseling drie mannen verschijnen, van wie er één werkt en twee zeer deskundig kijken. Het is een gemeentekantoor waar je voor een document eerst een ander document nodig hebt, dat alleen kan worden afgegeven door dezelfde afdeling die je zojuist naar huis heeft gestuurd.

Het is ook de loodgieter die zegt “passo domani” en daarbij niet noodzakelijkerwijs liegt. Hij heeft alleen een ruimere, bijna filosofische opvatting van het begrip morgen. En toch, hier komt het vervelende deel, is juist dát misschien waarom zoveel mensen blijven terugkomen. Niet ondanks het ongemak, maar ergens ook een beetje dankzij.

Want een land dat zich volledig aan onze verwachtingen aanpast, houdt uiteindelijk op een land te zijn. Dan wordt het een resort, een decor, een plek waar de kerkklokken op verzoek zachter slaan, de boeren pas na tien uur hun tractor starten, de restaurants zeven dagen per week geopend zijn en de plaatselijke bevolking discreet uit beeld verdwijnt zodra wij onze vakantiefoto maken.

Authenticiteit is nu eenmaal slecht af te richten. Ze blaft ’s nachts. Ze rijdt langzaam voor je uit. Ze sluit op dinsdag. Ze begint onverwacht een processie waardoor je twintig minuten niet met de auto het dorp uit kunt. Ze organiseert midden in juli een sagra waar je aanvankelijk alleen even wilt kijken en waar je vier uur later aan een lange plastic tafel zit met mensen die je niet kent, een bord pici voor je neus en een buurvrouw die inmiddels precies weet hoeveel kinderen je hebt, waar je woont en wat voor werk je doet.

En juist daar gebeurt wat we eigenlijk zochten. Niet in de perfecte stilte. Niet in het zorgvuldig geselecteerde vakantiehuis met het perfecte uitzicht. Niet in de foto waarop niemand te zien is behalve wijzelf in een witte linnen jurk die thuis vermoedelijk nooit uit de kast zou komen. Maar in de verstoring.

In het moment waarop de planning mislukt en je ergens anders terechtkomt. Wanneer het restaurant vol zit en iemand je naar een plek stuurt die je zelf nooit had gevonden. Wanneer een dorpsfeest je nachtrust ruïneert, maar je uiteindelijk toch even gaat kijken en om één uur ’s nachts staat te praten met iemand die je die ochtend nog niet kende. Wanneer je achter die tergend langzame tractor eindelijk beseft dat je nergens dringend hoeft te zijn.

Dat is het ironische. We reizen naar Italië om los te laten, maar nemen onze behoefte aan controle gewoon mee in de handbagage. We verlangen naar spontaniteit, zolang we haar vooraf kunnen reserveren. We willen vertragen, maar wel graag zonder oponthoud. We zoeken het onverwachte en schrijven vervolgens een slechte recensie wanneer het daadwerkelijk gebeurt.

Ik maak mezelf daarin overigens geen enkele illusie. Na al die jaren ben ik op sommige punten Italiaanser geworden dan ik ooit had voorzien, maar mijn Nederlandse zenuwstelsel blijkt verrassend goed geconserveerd. Ook ik kan genieten van het tragere ritme en vijf minuten later innerlijk ontploffen omdat iemand niet terugbelt. Ook ik bewonder de Italiaanse flexibiliteit, behalve wanneer ik om negen uur een afspraak heb en om kwart over tien nog steeds alleen op de afgesproken plek sta. Integratie kent grenzen.

Dat vind ik uiteindelijk de mooiste manier om hier te zijn, als inwoner én als bezoeker: niet door te doen alsof alles prachtig is, maar door te accepteren dat schoonheid en ergernis uitstekend naast elkaar kunnen bestaan. Dat een landschap adembenemend kan zijn en de bureaucratie moorddadig. Dat mensen ongelooflijk warm kunnen zijn en afspraken volledig facultatief kunnen behandelen. Dat een middeleeuws dorp betoverend kan zijn en parkeren er een activiteit waarvoor eigenlijk psychologische begeleiding beschikbaar zou moeten zijn.

Het echte Italië is niet perfect. Gelukkig maar! Want perfectie levert mooie foto’s op, maar zelden goede verhalen. En als je deze zomer ergens in Umbrië of Toscane wakker wordt van kerkklokken, een hond, een tractor of die buurman met zijn onvermoeibare bosmaaier, probeer dan heel even niet te denken dat ze jouw vakantie verstoren. Misschien verstoor jij gewoon hun dinsdag. En ach, de cappuccino wordt er niet minder lekker van.

Yvette

Nog niet genoeg van het echte Italië? Schrijf je in voor Lavender Notes en ontvang nieuwe verhalen rechtstreeks in je inbox, over het Italië achter de ansichtkaart, waar domani niet noodzakelijk morgen betekent en slow living vooral prettig is zolang je zelf nergens op hoeft te wachten.

Lees je mijn verhalen graag? Met jouw steun help je me om te blijven schrijven, observeren en me met liefde te verbazen over dit prachtige, soms onbegrijpelijke land. De tractor rijdt ondertussen onverstoorbaar verder. Gelukkig levert hij wel goede verhalen op.