De mooiste vorm van onsterfelijkheid

juni 10, 2026

De mooiste vorm van onsterfelijkheid

7,6 min read

Ga mee op reis

Ontvang een klein stukje Italië in je inbox.

Deel deze notitie

Je laatste pak of jurk heeft geen zakken.

De laatste tijd lijkt de dood zich wat nadrukkelijker aan mij op te dringen. Hij is gelukkig niet dichterbij gekomen dan anders, maar hij laat zich wel vaker zien. Een buurman die nog veel te jong was, een kennis die ik vorige maand nog sprak, de moeder van een vriendin. Iemand die ik alleen kende van een gezicht op het dorpsplein of van een vluchtige groet op straat.

Je staat er even bij stil, stuurt een berichtje, gaat weer verder met de dag en toch blijft er iets hangen. Een klein steentje in je schoen dat je bij iedere stap blijft voelen.

Er wordt weleens gezegd dat er in het leven maar twee dingen zeker zijn: de belasting en de dood. Al zullen veel Italianen daar waarschijnlijk smakelijk om lachen. Belastingen blijken hier soms een verrassend rekbaar begrip. De dood daarentegen is onverbiddelijk. Die haalt uiteindelijk iedereen in, ook degenen die zich diep van binnen onsterfelijk wanen.

Sinds ik in Italië woon, heb ik ontdekt dat niet alleen het leven, maar ook het sterven een cultuur kent. Dat begint al bij de manier waarop slecht nieuws wordt verteld. In Nederland zijn artsen doorgaans eerlijk en direct. Soms misschien wat hard en ogenschijnlijk tactloos, maar wel duidelijk. Hier gebeurt het nog regelmatig dat de kinderen of de echtgenoot precies weten hoe ernstig de situatie is, terwijl de patiënt zelf slechts hoort dat hij of zij wat rust moet nemen of dat de behandeling nog even wordt voortgezet. Men wil beschermen, de hoop niet ontnemen en de angst verzachten door de waarheid niet volledig uit te spreken.

De Nederlandse nuchterheid in mij verlangt naar eerlijkheid, maar de Italiaanse kant die zich in de loop der jaren langzaam in mij heeft genesteld, begrijpt ook iets van die behoefte om iemand tot het laatste moment hoop te gunnen.

De laatste levensfase verloopt ook vaak anders. Italië kent geen euthanasie zoals wij die in Nederland kennen. Wel kunnen mensen afzien van verdere behandeling en kan palliatieve sedatie worden toegepast wanneer het lijden ondraaglijk wordt, maar actief het leven beëindigen op verzoek van de patiënt behoort niet tot de mogelijkheden. De invloed van de katholieke traditie is nog altijd groot. Het leven wordt beschouwd als een gave die alleen door God kan worden genomen.

Daardoor zie ik soms mensen nog weken, maanden of zelfs jaren voortleven terwijl hun lichaam allang lijkt te fluisteren dat het genoeg is geweest. Dat zet me aan het denken. Niet zozeer over de dood zelf, want persoonlijk ben ik daar niet zo bang voor. Wel voor onnodig lijden, voor een afscheid dat eindeloos wordt uitgesteld terwijl alle waardigheid langzaam verdwijnt. En als er dan toch iets is wat me werkelijk angst inboezemt, is het niet mijn eigen einde, maar de gedachte aan mijn dochter. De wetenschap dat zij ooit zonder mij verder zou moeten, raakt me veel dieper dan de gedachte dat ik er zelf niet meer zou zijn. Dat is wat liefde doet: ze maakt de dood niet groter, maar het afscheid wel. Toch probeer ik juist daarom het leven niet uit te stellen. Ik wil haar laten zien dat vriendelijkheid nooit verspild is, dat je moet genieten van een prachtige zonsondergang, een bord pasta met vrienden of een onverwachte glimlach van een onbekende. Uiteindelijk zijn het juist die kleine momenten die een leven groots maken.

Vooral daardoor kijk ik met andere ogen naar de manier waarop Italië afscheid neemt van zijn doden. Hier lijkt de dood nog gewoon mee te lopen door het dorp. Hij hangt aan de muren op witte affiches, klinkt in de kerkklokken en wandelt mee in de stille stoet naar het kerkhof. Niemand doet alsof hij er niet is.

Ook de manier waarop afscheid wordt genomen, vertelt veel over een land. Waar ik in het zuiden van Nederland gewend was aan persoonlijke rouwkaarten, uitgebreide koffietafels, rijk belegde broodjes, Limburgse vlaai en soms zelfs een glas bubbels waarmee het leven van de overledene nog één keer wordt gevierd, lijkt Italië haast te hebben: vandaag gestorven betekent vaak morgen begraven.

Wanneer ik door een dorp rijd en de witte rouwaffiches op muren zie hangen, realiseer ik me telkens weer hoe zichtbaar de dood hier nog is. Niet verborgen achter gesloten deuren, maar gewoon onderdeel van het dagelijks leven. Iedereen weet binnen een paar uur wie er niet meer is. De dood hangt hier letterlijk op straat.

De uitvaartmis zelf is meestal sober, met een gesloten houten kist vol bloemen voor het altaar. De pastoor spreekt over de vergankelijkheid van het aardse leven en de hoop op een eeuwig bestaan, terwijl de familie zwijgend op de eerste rij zit. Persoonlijke toespraken zijn zeldzaam, muziek klinkt er niet of nauwelijks en foto’s of filmpjes van een geleefd leven zie je bijna nooit. Het ritueel staat centraal.

Het echte afscheid heeft vaak al eerder plaatsgevonden, tijdens de veglia funebre, de dodenwake. Ooit werd de overledene thuis opgebaard en waakten familie, vrienden en buren letterlijk een nacht bij het lichaam. Dat gebeurde niet alleen uit liefde en respect, maar ook uit praktische voorzichtigheid. In een tijd zonder moderne geneeskunde en betrouwbare overlijdensverklaringen wilde men zeker weten dat iemand werkelijk overleden was voordat hij werd begraven. Tegenwoordig vindt die wake steeds vaker plaats in een uitvaartcentrum of mortuarium, maar de gedachte is dezelfde gebleven: je laat iemand niet alleen vertrekken.

Wat mij iedere keer opnieuw opvalt, is hoe weinig aandacht Italianen besteden aan uiterlijk vertoon tijdens een uitvaart. Waar wij Nederlanders zorgvuldig onze donkerste kleding uit de kast halen, alsof zwart verdriet beter zichtbaar maakt, zie ik hier mensen rechtstreeks uit de olijfgaard komen, nog met modder aan hun schoenen. Anderen schuiven aan in een zomerjurk, een werkbroek of een schort die nog ruikt naar de tomatensaus die op het fornuis stond toen de kerkklokken begonnen te luiden. Niemand kijkt daarvan op. Het gaat er namelijk niet om wat je draagt, het gaat erom dat je er bent.

Na de mis wordt de kist begeleid naar het kerkhof, waar zij verdwijnt in de aarde of in een nis in de muur, tussen ouders, grootouders en overgrootouders die daar soms al generaties naast elkaar rusten. Een paar minuten later lopen de mensen weer uiteen. Er wordt een hand geschud, een kus gegeven en daarna gaat iedereen terug naar zijn werk, zijn gezin of zijn moestuin. Onbewust benadrukkend dat alles vanzelfsprekenderwijs onderdeel is van de natuurlijke kringloop van het leven.

De afgelopen jaren heb ik meerdere buitenlandse families mogen begeleiden nadat een partner onverwacht in Italië overleed. Alsof het verdriet op zichzelf nog niet ingewikkeld genoeg is, volgt er vaak een lawine aan bureaucratie. Overlijdensakten moeten worden vertaald, kadastergegevens opgevraagd, bankrekeningen geblokkeerd, documenten gelegaliseerd en soms moet zelfs een nulla osta van de ambassade worden geregeld om crematie of vervoer van de as naar het thuisland mogelijk te maken.

Veel mensen weten bovendien niet dat volgens de Europese Erfrechtverordening in principe het erfrecht geldt van het land waar iemand zijn gewone verblijfplaats had op het moment van overlijden, tenzij tijdens het leven uitdrukkelijk is gekozen voor het recht van de eigen nationaliteit. Voor veel buitenlandse families die zich in Italië hebben gevestigd, kan dat onverwachte gevolgen hebben. Daar komt nog bij dat Nederland voor de erfbelasting een eigen regeling kent. Nederlanders die emigreren, worden gedurende tien jaar na hun vertrek voor de erfbelasting nog steeds als binnenlands belastingplichtig beschouwd. Daardoor kunnen nabestaanden in internationale situaties te maken krijgen met verschillende rechtsstelsels en fiscale regels, juist op een moment waarop hun hoofd daar allerminst naar staat. Het zijn precies de zaken waar niemand graag over nadenkt, totdat ze opeens onvermijdelijk worden.

Opmerkelijk genoeg hebben al die overlijdens mij niet somberder gemaakt, integendeel, ze herinneren me eraan hoe ongelooflijk kostbaar een doodgewone dinsdagmiddag eigenlijk is. Een espresso aan de bar. Een kind dat op je schoot in slaap valt. De geur van jasmijn op een zomeravond. Een onbekende die je glimlach beantwoordt terwijl jullie elkaar passeren in een middeleeuws steegje.

Mijn moeder zegt altijd dat je laatste jurk geen zakken heeft en ze heeft gelijk. Het duurste horloge blijft op het nachtkastje liggen, de mooiste villa blijft achter op de heuvel, je bankrekening, je titels en al die dingen waar we ons zo druk over maken, blijken opeens verrassend onbelangrijk.

Ik hoop alleen dat, wanneer mijn stoel ooit leeg blijft, de mensen die mij lief waren niet alleen verdriet voelen, maar halverwege hun tranen ook even moeten glimlachen om een herinnering.

Uiteindelijk laten we misschien helemaal geen bezittingen achter die er nog toe doen, maar slechts de sporen die we in het leven van anderen hebben achtergelaten. Een helpende hand, een vriendelijk woord of een gedeelde lach kan zich verspreiden als kringen in het water, steeds verder, van mens tot mens, vaak veel verder dan wij ooit zullen beseffen.

En als mijn naam, lang nadat ik er niet meer ben, nog heel even een glimlach kan oproepen of iemand ertoe aanzet een ander een beetje lichter door het leven te laten gaan, dan lijkt me dat de mooiste vorm van onsterfelijkheid die een mens zich kan wensen.

Yvette

Raakten deze woorden je, lieten ze je even glimlachen of zetten ze je aan het denken? Dan nodig ik je van harte uit om je te abonneren op Lavender Notes. Regelmatig neem ik je mee naar het Italië zoals ik het dagelijks beleef: een land van kleine rituelen, grote emoties en levenslessen die zich vaak verschuilen in heel gewone momenten.

En als je mijn verhalen een warm hart toedraagt en wilt helpen om Lavender Notes te laten groeien, kun je mijn werk steunen met een kleine bijdrage. Een vriendelijk gebaar werkt vaak langer door dan we ooit zullen weten.

Dank je wel dat je meeleest en deel uitmaakt van deze reis.