
mei 14, 2025
Wanneer alles weer adem haalt
Deel deze notitie
Lieve Lezer,
De ochtenden ruiken ineens anders. Naar aarde die wakker wordt, naar vochtige kiezel, naar bloesem die je bijna ziet uitbarsten terwijl je kijkt.
In de velden golft het groen in duizend tinten tegelijk. De druivenranken lopen voorzichtig uit en tussen de olijfbomen verschijnen paarse vlekken van wilde irissen. Te midden van de wijnranken duiken de eerste klaprozen op, niet één voorzichtige bloem, maar hele vlekken rood, alsof de natuur zélf enthousiast is om weer kleur te bekennen.
Ook de mensen lijken te ontwaken. Op de dorpspleinen schuiven de stoelen naar buiten, de gesprekken worden luider, de plannen groter. Iets ongrijpbaars borrelt in de lucht: een verlangen om te creëren, te bewegen, opnieuw te beginnen.
Hier, op het platteland in het groene hart van Italië, voel je het in elke vezel.
De lente maakt kunstenaars van ons allemaal. Zelfs de nonna’s op het marktplein, die hun lentegroenten uitstallen als kleine kunstwerken van hoop en traditie. De eerste bundels asperges, de geurige artisjokken, bossen radijsjes als kleine boeketjes.
Terwijl de lente zich uitstort over Umbrië met geuren van brem en bloeiende acacia, davert op 15 mei de grond onder Gubbio. Geen storm, maar een mensenzee aan voeten, die zich samen één doel stellen: de houten heiligenbeelden, de Ceri, zo snel mogelijk de berg op dragen. Het is geen wedstrijd, zeggen ze, maar alles ademt vuur en ritme, zweet en toewijding. Hier lijkt de lente niet te fluisteren, maar te zingen, luid, ritmisch, als een eeuwenoude belofte die telkens opnieuw tot leven komt.
In Spello bereiden ze zich voor op Le infiorate, het beroemde bloemenfeest. In de vroege ochtend plukken bewoners duizenden bloemblaadjes klaprozen, korenbloemen, madeliefjes, om er tapijten van te maken. Bonte patronen, heel even levend, voordat de wind ze meeneemt. Een ode aan vergankelijkheid, aan schoonheid die je niet kunt vasthouden.
In Firenze knalt de Scoppio del Carro, de explosie van de wagen, op eerste Paasdag. Een eeuwenoud ritueel waarin vuurwerk een houten kar tot leven wekt, om vruchtbaarheid en voorspoed voor het komende jaar af te smeken. Een spektakel vol rook, bloemen, en luid gelach.
Zelfs de meest nuchtere dorpsbewoners, normaal gesproken gehecht aan hun routine, laten zich meevoeren. Je ziet het aan hun ogen. Alsof de lente niet alleen de bloemen, maar ook de dromen wakker kust.
Misschien is dat wel het geheim van de lente hier: ze nodigt niet uit tot haast, maar tot ontvankelijkheid. Tot het zien van kleine wonderen die altijd al om ons heen waren, maar die we in de drukte van de winter zo makkelijk over het hoofd zagen.
Een oude man zit in de zon en laat zijn honden spelen zonder ze steeds tot de orde te roepen. Een meisje plukt paardenbloemen en stopt ze in haar moeders haar. Ergens zingt iemand vals op een balkon, en niemand ergert zich eraan.
De lente brengt een soort mildheid met zich mee. Een zachtere blik, niet alleen op de wereld, maar ook op onszelf.
Misschien vraag je je af: is het niet kinderlijk om zo geraakt te worden door een seizoen? Misschien wel.
Maar misschien is het ook precies wat we nodig hebben: momenten waarop alles weer ademhaalt. Wanneer ook wij onszelf toestaan om op te bloeien, zonder haast, zonder plan.
Gewoon omdat het leven, ondanks alles, steeds opnieuw wil beginnen.
Wat bloeit er in jou deze lente?
Con affetto,
Yvette


