
september 3, 2025
La Lamentela
Deel deze notitie
De kunst van Italiaans klagen
In Italië kom je er niet onderuit: overal wordt geklaagd. In de bar over de politiek, in de auto over het verkeer, op het dorpsplein over de prijzen. Italianen klagen graag, maar hun klaagzang klinkt anders dan in Noord-Europa. Het is geen wanhoopskreet, geen zure toon, maar een soort gezongen verzuchting. Eerder een opera dan een klacht.

Van klaagzang naar levensstijl
Het Italiaanse woord lamentela komt van lamentare: klagen, weeklagen. In de middeleeuwen bestonden er lamenti: klaagzangen die samen gezongen werden, om verdriet of tegenslag te delen. Dat collectieve karakter is gebleven. Klagen is hier niet gericht op oplossingen, maar op verbondenheid.
In Noord-Europa dien je een klacht in bij de klantenservice in de hoop dat er iets verandert. In Italië is klagen meer een ritueel, een uitlaatklep. Je deelt je frustratie, je haalt je schouders op en gaat verder.
Het alledaagse theater
Wie door Italië reist, ziet dagelijks voorbeelden.
- In de bar: de barista zucht: “Non se ne può più, sempre tasse, tasse, tasse…” (“Ik trek dit niet meer, altijd maar die belastingen.”) Daarna schuift hij je glimlachend een perfecte cappuccino toe.
- Op straat: een automobilist hangt wanhopig op de claxon: “Ma che fai? Ma guarda questo!” (“Wat doe je nu? Moet je hem nou eens zien!”), maar zet daarna de radio harder en neuriet mee.
- Op de markt: de verkoper moppert over de hoge dieselprijzen, maar stopt vervolgens stiekem een extra courgette in je tas.
De klacht is niet het doel. Het is het melodieuze voorspel, waarna het gewone leven gewoon weer doorgaat.
Klagers van naam en faam
Het is dan ook geen toeval dat beroemde Italianen klagen tot kunst hebben verheven.
- Totò, de komiek, wist met één gezichtsuitdrukking en een zucht een hele zaal te laten lachen. Zijn klaagzang was pure poëzie: hij liet zien dat klagen ook licht kan zijn.
- Roberto Benigni, acteur en regisseur, weet van een boze tirade een dans te maken. Zijn klaagmomenten in films zijn nooit zwaar, maar juist sprankelend.
- Luciano Pavarotti, zelfs in interviews, klaagde graag: over de jetlags, de hotelbedden, het eeuwige reizen. Maar met een glimlach, en altijd afgesloten met een verhaal over eten. Zijn “Mamma mia, che fatica!” werd een soort handelsmerk.
- En wie ooit Adriano Celentano op tv zag, herinnert zich hoe hij klaagde over de moderne tijd, terwijl hij er ondertussen zelf een hitsingle over schreef.
Italiaans klagen is altijd ook zelfspot. Het is theater, vaak grappig, soms tragisch, maar nooit bitter.
De mentaliteit erachter
Wat zegt dit over de Italiaanse ziel? Dat men de zwaarte van het leven niet negeert, maar verlicht. Door te klagen neem je de angel eruit. Je deelt de last, maakt hem draaglijker.
Het verschil met Noord-Europa is groot. Daar klagen we vaak in de hoop dat iemand het probleem oplost. Hier klaagt men in de wetenschap dat de wereld niet verandert, maar je humeur wél.
De wijze les
Ik leer steeds meer van deze kunst. Soms, als ik zelf in een rij bij de gemeente sta en de klok maar doortikt, hoor ik mezelf al zuchten: “Uff, che vita!” En gek genoeg voelt dat beter. Een Italiaans klaagmoment lucht op, schept verbondenheid, en maakt de situatie lichter.
Misschien is dat de les: dat klagen niet altijd negatief is, maar juist een manier kan zijn om ruimte te maken voor humor, voor adem, voor menselijkheid.
En jij? Wanneer klaag jij? Om iets te veranderen, of gewoon om even samen te zuchten en het leven lichter te maken?
Yvette


